De Wraak van Suze
Drie meiden uit haar klas maakten Suze's leven tot een hel. Tot Suze leerde dat de slimste wraak van allemaal — niets met geweld te maken heeft.
Suze was elf, met een sproetig gezicht en haar dat altijd in een paardenstaart zat omdat ze het te druk had met dingen om er borstel doorheen te halen. Ze was slim. Niet de slimste van haar klas — er was een jongen genaamd Hugo die alle wiskunde-prijzen won — maar slim genoeg om dingen in de gaten te hebben die anderen misten.
Drie meiden uit haar klas — Vana, Lulu en Kim — hadden besloten dat Suze een doelwit was. Niet om iets specifieks. Gewoon omdat. Pesters hebben zelden een goede reden. Ze pakken iemand uit de groep, en die persoon is dan VOOR. En dat 'voor' kan jaren duren.
Vana, Lulu en Kim deden alles wat pesters doen. Ze fluisterden over Suze in haar gezicht. Ze pakten haar etui weg. Ze tekenden lelijke gezichten op haar schoolboek. Ze deden in de gymles altijd alsof ze haar tegenkwamen op het verkeerde moment.
Suze had het verdragen. Een maand. Twee maanden. Drie. Ze had het haar moeder verteld. Haar moeder had de juf gebeld. De juf had de meiden waarschuwd. Het was minder geworden. Maar het hield niet op.
Toen kreeg Suze hulp van een onverwachte bron. Haar oma. Oma Beel was tweeënzeventig, had haar als gebleekt katoen, en had een lange geschiedenis van het overleven van vervelende mensen. Suze vertelde haar alles op een zaterdagmiddag, met een kop thee en gemberkoekjes.
Oma Beel luisterde. Toen Suze klaar was, zei oma Beel: "Schat, ik ga je het meest oude geheim van de wereld vertellen. Je luistert?"
Suze knikte.
"Pesters," zei oma Beel, "voeden zich met REACTIE. Ze pesten je omdat het ze iets geeft — een gevoel van macht, een lachje. Als jij reageert — als je huilt, als je boos wordt, als je verbergt — dan KRIJGEN ze wat ze willen. En dan komen ze terug voor meer."
"Maar wat MOET ik dan doen?" vroeg Suze.
"Niets," zei oma Beel. "Niet niets, eigenlijk. Iets héél specifieks. Je gaat ze BENIJDEN. Hardop."
Suze begreep het niet.
Oma Beel legde het uit. Het plan was niet om ze te negeren. Negeren was te passief, en pesters wisten dat je deed alsof. Het plan was om iets ANDERS te doen. Iets verbazingwekkends.
Op maandag op school, toen Vana langs haar liep en zei: "Hé sproetenmonster, vandaag heb je je vest binnenstebuiten aan, oen," reageerde Suze niet boos. Reageerde Suze niet bang. Suze KEEK NAAR Vana, en zei — met een echt geïnteresseerde stem: "Vana, ik wou dat ik ook zoveel zelfvertrouwen had als jij om mensen aan te spreken op hun kleding. Ik ben echt jaloers daarop."
Vana bleef stilstaan. Ze knipperde met haar ogen. Dit was geen reactie die zij verwachtte. Ze probeerde nog iets gemeens te zeggen — "jaaa, dat zal je ook nooit hebben" — maar het kwam er slap uit.
Op dinsdag, toen Lulu Suze's etui in de prullenbak gooide en zei: "Oeps," wandelde Suze naar de prullenbak, raapte het op, en zei tegen Lulu: "Lulu, mag ik je iets vragen? Hoe doe je het, om gewoon zulke dingen te doen zonder na te denken? Ik denk altijd zoveel na. Ik ben echt jaloers op hoe... vrij je bent."
Lulu staarde haar aan. Ze wist niet of dit een belediging was of een compliment. Was dat sarcasme? Was dat oprecht? Ze kon het niet plaatsen. Daardoor wist ze ook niet hoe ze moest reageren.
Op woensdag, toen Kim hardop tegen Vana zei (zo dat Suze het zou horen): "Heb je Suze's haar gezien? Net een lijk," liep Suze naar hen toe, glimlachte heel oprecht, en zei: "Kim, kan ik je tip vragen? Jouw haar zit altijd ZO mooi. Heb je daar veel tijd voor nodig? Welk shampoo gebruik je?"
Kim staarde haar aan. "Eh... Pantène," zei ze.
"Dank je," zei Suze. "Ik probeer Pantène uit."
Ze draaide zich om en liep weg.
Vana, Lulu en Kim wisten het niet meer. Ze konden niet meer pesten, want pesten werkt alleen als de gepeste pijn laat zien. Suze liet geen pijn zien. Suze deed alsof ze gewone vragen stelde. Soms vleiend. Soms gewoon informatief. Ze leek het oprecht te menen.
Na twee weken — een eeuwigheid in school-tijd — gaven de drie het op. Niet omdat ze plotseling aardig waren geworden. Ze waren niet aardig geworden. Maar Suze was geen 'leuk doelwit' meer. Ze was — saai. Voor pesters. Lekkere niets om aan te trekken.
Suze vertelde het oma Beel op de volgende zaterdag. "Oma, het werkte!"
Oma Beel glimlachte en schonk haar nog een kopje thee in. "Schat, mensen die vechten met je, hebben jouw woede nodig. Mensen die jaloers op je zijn, hebben dat ook nodig. Maar als JIJ degene bent die schijnt jaloers op HUN te zijn... dan weten ze niet wat ze moeten doen. Macht draait om."
Suze knikte. Ze had iets geleerd dat ze de rest van haar leven niet zou vergeten. Niet hoe ze terug moest pesten — maar hoe ze haar pesters kon laten weglopen, helemaal zelf, zonder dat ze ooit met iemand had gevochten.