← Terug

100 grappen

Honderd moppen om hardop te lachen. Vertel ze door aan je vrienden, je broer, je zus, je juf of meester!

  1. Waarom nemen skeletten geen ruzie?

    Omdat ze het lef er niet voor hebben.

  2. Wat zegt een nul tegen een acht?

    Mooie riem heb je daar!

  3. Wat is bruin en kleeft aan de muur?

    Een verdwaalde stroopwafel.

  4. Waarom huilen wiskundeboeken?

    Omdat ze zoveel problemen hebben.

  5. Wat is groen en gaat omhoog en omlaag?

    Een spruitje in een lift.

  6. Wat zegt een tomaat tegen een andere tomaat die te laat is?

    Schiet op, ketchup!

  7. Waarom kon de fiets niet blijven staan?

    Hij was te moe.

  8. Wat doet een koe als de zon schijnt?

    Ze geeft melkchocolade.

  9. Waarom hebben olifanten zo'n goed geheugen?

    Omdat niemand ze ooit een wachtwoord vraagt.

  10. Wat is het verschil tussen een leerling en een leraar?

    De leraar mag wél praten in de klas.

  11. Waarom ging de wiskundeleraar naar de dokter?

    Hij had problemen met zijn breuken.

  12. Wat zegt een vis als hij tegen een muur zwemt?

    Dam!

  13. Waarom zijn pinguïns altijd zo netjes gekleed?

    Ze gaan elke dag naar een chic feestje.

  14. Wat is het lievelingsvak van een spook?

    Boe-logie.

  15. Waarom hebben bijen zulke plakkerige haren?

    Omdat ze altijd een honingkam gebruiken.

  16. Wat zegt een aardbei tegen een banaan?

    Jij bent een geintje van een fruit.

  17. Waarom kunnen krokodillen geen verrassingsfeestjes geven?

    Ze laten altijd hun grote bek vallen.

  18. Waarom slaapt een trampoline nooit?

    Hij staat altijd op springen.

  19. Wat doet een geest in de keuken?

    Spookjes bakken.

  20. Waarom verstoppen wiskundigen zich nooit?

    Ze worden altijd ontdekt door deling.

  21. Wat zegt de ene muur tegen de andere?

    We zien elkaar op de hoek!

  22. Waarom zijn boeken slimmer dan mensen?

    Omdat ze altijd vol verstand zitten.

  23. Wat is rood en slecht voor je tanden?

    Een baksteen.

  24. Wat doet een ridder als hij honger heeft?

    Een hap uit zijn zwaard nemen, maar dan is het scherp.

  25. Waarom liep de computer naar de dokter?

    Hij had een virus.

  26. Wat zegt een schaap met een snor?

    Bè-èè-bèère.

  27. Waarom durfde het stripboek niet naar de bibliotheek?

    Hij was bang voor de strenge regels.

  28. Wat doet een wiskundige in het zwembad?

    Hij duikt in de getallen.

  29. Waarom is gym het eerlijkste vak?

    Iedereen krijgt evenveel zweetdruppels.

  30. Wat zegt een ei in de pan?

    Help, ik krijg het warm!

  31. Waarom hebben sokken altijd ruzie?

    Ze raken elkaar maar nooit kwijt — behalve in de wasmachine.

  32. Wat is het lievelingsdier van een wolk?

    De regenworm.

  33. Waarom rent een banaan niet hard?

    Hij is bang dat hij uitglijdt over zichzelf.

  34. Wat zegt een vlieg die wint?

    Ik ben de zoemkampioen!

  35. Waarom is een potlood verdrietig?

    Het wordt steeds korter, maar nooit groter.

  36. Wat doet een dief in een bakkerij?

    Hij maakt deeg door zijn vingers.

  37. Waarom vertelt de zon geen geheimen?

    Ze laat altijd alles uitkomen.

  38. Wat zegt een rits tegen een knoop?

    Jij zit altijd vast aan iets!

  39. Waarom waaide de wind weg?

    Hij had een blaaspauze nodig.

  40. Wat eet een wiskundeleraar bij het ontbijt?

    Vierkante boterhammen met somdejam.

  41. Waarom kan een trein nooit verstoppertje spelen?

    Hij blijft altijd op het spoor.

  42. Wat zegt een hond op het strand?

    Woef-woef, zand tussen mijn poten!

  43. Waarom huilt een ui niet?

    Hij laat het aan jou over.

  44. Wat doet een pinguïn in de tropen?

    Hij smelt als ijsje nummer één.

  45. Waarom kan een spiegel niet liegen?

    Hij is altijd recht voor je raap.

  46. Wat zegt een telefoon die verliefd is?

    Ik krijg overal kriebels van je belletjes.

  47. Waarom kun je niet schaken met een konijn?

    Het hipt altijd weg met de paardensprong.

  48. Wat is geel en wacht?

    Een banaan in de wachtkamer.

  49. Wat is geel en wacht ook?

    Nog een banaan — ze hebben afgesproken.

  50. Waarom is een zandloper zo geduldig?

    Hij heeft altijd tijd.

  51. Wat zegt een boom in de winter?

    Brrr, ik zit zonder bladermutsen!

  52. Waarom zwemmen vissen in scholen?

    Ze willen ook iets leren.

  53. Wat is groot, grijs en zwemt rondjes?

    Een olifant in een wasmachine.

  54. Waarom hebben spinnen geen wifi nodig?

    Ze hebben altijd hun eigen web.

  55. Wat zegt een tandenborstel 's ochtends?

    Goedemorgen, tijd om te poetsen!

  56. Waarom zijn raceauto's altijd moe?

    Ze blijven maar door-banden.

  57. Wat doet een geest op een verjaardag?

    Hij blaast onzichtbaar de kaarsjes uit.

  58. Waarom is een wekker geen goede vriend?

    Hij maakt je elke ochtend wakker met geschreeuw.

  59. Wat zegt een vulkaan als hij boos is?

    Ik barst!

  60. Waarom rekenen olifanten zo goed?

    Ze hebben veel slurfvermogen.

  61. Wat is het lievelingsvak van een vis?

    Aardrijkskunde, vooral de oceanen.

  62. Waarom is de maan vaak alleen?

    De zon laat haar nooit binnen.

  63. Wat doet een kip in het zwembad?

    Kippenvel oefenen.

  64. Waarom hebben paarden lange gezichten?

    Ze hebben de hele dag al een lange weg afgelegd.

  65. Wat zegt een aardappel in de oven?

    Help, ik krijg het bakken benauwd!

  66. Waarom kunnen wormen geen voetbal?

    Ze hebben elf benen tegelijk en geen schoenen.

  67. Wat is een vampier zijn lievelingsdrankje?

    Bietensap — niemand verdenkt hem ervan.

  68. Waarom durft een schildpad nooit hard te rennen?

    Hij heeft zijn huis op zijn rug — wie verhuist er nou rennend?

  69. Wat zegt een sneeuwpop in juli?

    Ik smelt weg van het lachen.

  70. Waarom verstoppen zwembanden zich?

    Ze schamen zich voor hun buikje.

  71. Wat zegt een aardbei tegen de slagroom?

    Wat zien we elkaar weer op een mooie taart!

  72. Waarom heeft een tijger strepen?

    Anders zou je hem zien aankomen.

  73. Wat doet een konijn op een feestje?

    Hij springt in het diepe.

  74. Waarom is een neus geen vinger?

    Anders zou je iemand in zijn vinger peuteren.

  75. Wat zegt een banaan tegen een appel?

    Schil je later mee?

  76. Waarom gaat een leraar Frans altijd zingend de klas in?

    Hij wil meteen een hoge toon zetten.

  77. Wat doet een schaap op een drumstel?

    Bè-bè-boem.

  78. Waarom hebben kangoeroes zakken?

    Voor hun springgeld.

  79. Wat is bruin, hard en piept?

    Een muis in een chocoladereep.

  80. Waarom werkt een paraplu in huis niet?

    Hij vindt het binnen veel te droog.

  81. Wat zegt een wolk tegen de zon?

    Ga even opzij, ik wil de show stelen.

  82. Waarom kan een spook geen rijbewijs halen?

    Hij gaat altijd door rood — en door alles trouwens.

  83. Wat is het lievelingsspel van een tand?

    Pakkertje, vooral bij gaatjes.

  84. Waarom is een wortel oranje?

    Anders zou hij Nederlands willen worden.

  85. Wat doet een wasbeer in de keuken?

    De afwas. Logisch.

  86. Waarom hebben katten negen levens?

    Eentje is bij hun haar niet genoeg.

  87. Wat zegt een sok tegen een schoen?

    Het wordt benauwd hier, kun je een raampje openzetten?

  88. Waarom is een ladder zo zenuwachtig?

    Hij staat altijd op zijn laatste sport.

  89. Wat doet een dolfijn op school?

    Hij volgt de zwemstroom.

  90. Waarom kan een kameleon niet kiezen?

    Hij verandert constant van mening — en van kleur.

  91. Wat zegt een appel die te lang in de zon lag?

    Ik ben rijp voor een dutje.

  92. Waarom heeft een hagedis geen telefoon?

    Hij is altijd al onbereikbaar.

  93. Wat doet een snoepje op vakantie?

    Het neemt een suikerklontje strandvakantie.

  94. Waarom kan een vleermuis geen zonnebril gebruiken?

    Hij ziet zo al niets.

  95. Wat is het lievelingsvak van een tovenaar?

    Abracadabrelogie.

  96. Waarom rolt een muntje altijd weg?

    Het probeert te ontsnappen aan kleingeld.

  97. Wat zegt een vogel in de regen?

    Tjirp — ik kan beter een paraveer halen.

  98. Waarom kun je geen geheim vertellen op een boerderij?

    Het varken klikt en de koe loeit het rond.

  99. Wat doet een spaghetti in de discotheek?

    Hij draait als een pasta-DJ.

  100. Waarom is dit de beste mop?

    Omdat hij nummer 100 is — en jij hem helemaal hebt gehaald!