De Sinaasappel die Sprak
De sinaasappel was rond en oranje en doodgewoon. Tot hij Pim's naam zei.
Pim was tien jaar oud en logeerde een weekend bij zijn stiefoom Theo en stiefoma Greet, omdat zijn ouders een huwelijksjubileum-uitje hadden. Hij ging er met tegenzin naartoe. Stiefoom Theo was hem onbekend — een man met grote, gladde wangen die naar te veel aftershave roken — en stiefoma Greet was ook al niet zo'n type-knuffelig.
Op vrijdagavond zaten ze met z'n drieën aan tafel. Stiefoom Theo had goulash gekookt. Stiefoma Greet keek hem te aandachtig aan terwijl hij at, en stiefoom Theo lachte een lach die te plooibaar was om geloofwaardig te zijn.
Voor het toetje haalde stiefoma Greet drie sinaasappels uit een schaal. Echte. Mooie. "Eet maar, jongen," zei ze.
Pim pelde de sinaasappel. Hij brak hem in stukjes. Hij was net van plan een partje in zijn mond te stoppen, toen hij hoorde — heel zachtjes, alsof iemand het uit een ver kamertje fluisterde — zijn eigen naam.
"Pim."
Pim verstijfde. Hij keek om zich heen. Stiefoom Theo en stiefoma Greet aten hun sinaasappels gewoon, kauwden, slikten.
"Pim," hoorde hij nog een keer. Het kwam uit het partje sinaasappel in zijn hand.
Pim hield zijn adem in. Hij hield het partje dichter bij zijn oor.
"Eet me niet," fluisterde de sinaasappel. "Eet de goulash ook niet. Wat ze hierna geven, ook niet. Stop met eten in dit huis. Maak een excuus."
Pim's hart stond stil.
"Wie ben jij?" fluisterde hij terug, zo zachtjes dat hij het zelf nauwelijks hoorde.
"Een sinaasappel met smaak," fluisterde de sinaasappel terug. "Vertrouw me. Doe wat ik zeg."
Pim legde het partje neer. Hij wreef in zijn buik. Hij keek beleefd-zielig naar stiefoma Greet. "Eh, ik geloof... ik heb buikpijn."
Stiefoma Greet keek hem aan met opgetrokken wenkbrauwen. "Werkelijk?"
"Ja. Het komt vast door de reis. Mag ik gewoon vroeg naar bed?"
Stiefoom Theo en stiefoma Greet wisselden een blik. Een hele snelle. Pim ving hem op. En de blik bevatte iets dat hem doodsbang maakte: TELEURSTELLING.
"Natuurlijk, schat," zei stiefoma Greet, en haar stem klonk plotseling vlak. "Ga maar slapen. Morgen is een nieuwe dag."
Pim ging boven naar bed. Hij sloot de deur. Hij zette een stoel onder de deurklink. Hij belde — met zijn mobiel onder de dekens — zijn moeder.
Zijn moeder was eerst verbaasd. Toen geïrriteerd. Toen, toen Pim haar precies vertelde wat hij had gehoord en wat hij had gezien, werd ze stil. Heel stil. Ze zei: "Pim. Doe je deur op slot. Doe geen kik. Eet of drink helemaal niets meer. Ik kom je halen. Twee uur."
Twee uur. Pim wachtte met het dekbed over zijn hoofd. Hij hoorde stiefoom Theo en stiefoma Greet fluisteren beneden. Hij hoorde de keukenkasten opengaan en dichtklappen. Hij hoorde een klein flesje rinkelen, dat opzij gezet werd. Hij vond het allemaal niet leuk.
Om half één in de nacht hoorde Pim de bel. Hij keek voorzichtig door zijn raam. Beneden stond zijn moeder, samen met twee politieagenten.
Pim rende de trap af, opende de deur, en wierp zich in haar armen. De politie ging het huis binnen.
Het bleek — en dit is iets dat Pim pas later allemaal hoorde — dat stiefoom Theo grote schulden had bij een gokmaatschappij. Hij had ergens gelezen dat als kinderen in een familie overleden, er een bepaalde verzekeringsuitkering kwam. Hij was een gestoorde man met een gestoord plan. De goulash was niet vergiftigd geweest — maar er stonden flessen 'iets' in zijn keukenkast, klaar voor het ontbijt of de lunch van zaterdag.
Stiefoma Greet had ervan geweten. Misschien niet de details. Maar ze had geweten dat er iets ongezonds aan de hand was, en ze had niets gedaan.
Beiden werden meegenomen door de politie. Pim's moeder bracht hem die nacht naar huis. Ze sliepen samen op de bank, met de tv aan voor het geluid.
Pim heeft nooit meer een sinaasappel gegeten zonder hem eerst tegen zijn oor te houden. Voor het geval dat. Hij hoorde nooit meer een stem. Maar je weet maar nooit.