De Gemene Tante Greta
Tante Greta wilde haar nichtje koesteren, knuffelen, opbergen. Vooral dat laatste was het probleem.
Tante Greta was de zus van Robbe's vader. En tante Greta was — om het netjes te zeggen — een vleugje vreemd. Om het minder netjes te zeggen: tante Greta was niet helemaal goed bij haar hoofd.
Ze had één obsessie, en die obsessie was: KINDEREN. Niet om voor te zorgen. Niet om mee te spelen. Maar om TE BEZITTEN. Tante Greta vond kinderen schattig, op de manier zoals andere mensen schattige snuisterijen vinden. Ze had ooit eens een poppenhuis gehad — een groot, prachtig poppenhuis — en in dat poppenhuis had ze al haar lievelingsporseleinen poppetjes neergezet, allemaal in keurige rijen.
Tante Greta vond stiekem dat ECHTE kinderen veel mooier waren dan porseleinen poppetjes. En ze had de gedachte ontwikkeld dat het — als je het maar slim genoeg deed — misschien wel mogelijk was om er één in je handtas mee naar huis te nemen.
Robbe was tien en woonde in een dorp drie uur rijden van tante Greta. Tante Greta kwam één keer per jaar op bezoek, met Sinterklaas. Ze nam altijd cadeautjes mee. Strikjes voor in Robbe's haar (Robbe had jongenshaar en wilde geen strikjes), poppetjes (Robbe had geen interesse in poppetjes), parfum (waarom parfum voor een tienjarige?). En ze hield Robbe altijd te dicht vast, met haar dunne armen om hem heen, en ze zei: "Aaah, wat een lekker neefje. Aaah, mocht ik hem maar lekker bij mij thuis hebben."
Robbe's ouders hadden hier nooit veel aan willen aandenken. Maar dit jaar, tijdens haar bezoek in november, had tante Greta een nieuwe handtas bij zich. Een gigantische. Lederen. Met goudkleurige sluiting. Hij was groot genoeg om een lammetje in te dragen.
Robbe vond het verdacht. Robbe was niet gek. Robbe had ook gemerkt dat tante Greta hem vaker dan normaal opmat met haar ogen, alsof ze inschatte of hij wel paste.
Op zaterdagavond, terwijl Robbe's ouders in de keuken stonden af te wassen, sloop tante Greta naar Robbe's slaapkamer. Ze had de handtas open. Ze had een lieflijke glimlach. "Robbe-lief," fluisterde ze. "Wil je een spelletje spelen? Het gaat zo: jij gaat heel zachtjes in deze tas zitten, en dan tellen we hoe lang je daarin kunt blijven, en de winnaar krijgt vijftig euro."
Vijftig euro. Een ongelooflijk bedrag voor een tienjarige. Maar Robbe was niet alleen niet gek; hij was ook niet inhalig.
"Tante Greta," zei Robbe, "ik denk dat ik er niet in pas."
"Probeer het maar eens! Probeer het maar! Eén voet erin, dan zien we wel."
Robbe deed alsof. Hij stak een voet in de tas. "Hij past zo niet, tante. Mag ik even een tasmeter halen?"
Tante Greta knikte verwoed. Robbe rende naar beneden — naar de keuken — en gilde wat zijn moeder NOOIT vergat: "MAM! TANTE GRETA WIL ME IN HAAR HANDTAS STOPPEN!"
De keukenstoelen vlogen om. Robbe's vader rende naar boven met een vaatdoek nog in zijn hand. Zijn moeder kwam achter hem aan met een sopborstel. En boven, in Robbe's slaapkamer, stond tante Greta met haar handtas open en een uitdrukking op haar gezicht alsof ze net op verboden grond was betrapt.
"Greta," zei Robbe's vader heel kalm (maar niet kalm), "wat doe je hier?"
Tante Greta probeerde het uit te leggen. Het werd warrig. Ze begon te huilen. Ze zei dat ze "alleen maar wat warmte in haar leven wilde." Robbe's moeder, die normaal heel zachtaardig was, klemde haar lippen op elkaar en zei tegen haar zwager: "Greta gaat NU. En ze gaat morgen naar een dokter. Een echte. Eén die kan helpen."
En dat gebeurde. Tante Greta ging naar een dokter. Een vriendelijke psychiater die Greta hielp inzien dat poppetjes en kinderen niet hetzelfde zijn. Greta kreeg een hobby. Ze ging breien. Heel veel breien. Sokken, mutsen, sjaals. Voor daklozenopvangen en babyziekenhuizen. Ze maakte duizenden sokken voor pasgeborenen en voelde zich daar — voor het eerst in haar leven — echt nuttig bij.
Robbe kreeg drie sokken van haar opgestuurd, in mei. Hij paste ze. Ze pasten precies. En in het kaartje stond: "Voor mijn neef, met spijt en liefde. — Tante Greta."
Robbe vergaf haar. Niet helemaal, maar zoveel als hij kon. En hij ging nooit meer in een handtas zitten, ook niet voor vijftig euro.