Armbandje vlechten
Het makkelijkste armbandje dat er is. Als je kunt vlechten, kun je dit in een kwartiertje maken — en het is een goede oefening voor een echt vriendschapsbandje.
Wat heb je nodig?
- Borduurgaren of dun touw in 3 kleuren
- Plakband of een veiligheidsspeld
- Een schaar
-
Draden knippen
Knip van elke kleur 3 draden van ongeveer 40 cm. Zo heb je drie dikke strengen van elk 3 draden. Met maar 1 draad per streng wordt het armbandje erg dun.
💡 Vlechten kost veel minder draad dan knopen, daarom kun je hier met kortere draden toe. -
Knoop en vastzetten
Leg alle draden bij elkaar en maak een knoop met zo'n 6 cm staart. Plak de knoop met plakband aan de tafel of zet hem vast met een speld.
-
Drie strengen
Verdeel de draden in drie strengen: links, midden en rechts. Elke streng heeft één kleur.
-
Rechts over het midden
Leg de rechter streng over de middelste heen. Die wordt nu de nieuwe middelste.
-
Links over het midden
Leg de linker streng over de (nieuwe) middelste heen. Trek de strengen een klein beetje aan zodat de vlecht strak en gelijk wordt.
💡 Steeds even strak trekken: dan wordt je armbandje overal even dik. -
Herhalen
Rechts over het midden, links over het midden. Blijf dat herhalen tot het armbandje lang genoeg is om je pols, meestal zo'n 15 tot 18 cm.
-
Afmaken
Maak aan het eind een stevige knoop met alle draden samen en laat een staartje van 6 cm over. Knip de uiteinden recht af. Knoop de twee staartjes om je pols.
Tot slot
Wil je meer? Probeer dan een geknoopt vriendschapsbandje met schuine strepen, en daarna het V-patroon.